Alveolaire echinokokkose is een parasitaire ziekte die bepaalde zoogdiersoorten treft, waaronder knaagdieren, mensen en hondachtigen. De ziekte wordt veroorzaakt door infectie met het larvale stadium van een lintwormsoort van het geslacht Echinococcus. In Europa komen verschillende soorten Echinococcus-lintwormen voor, die verantwoordelijk zijn voor verschillende vormen van echinokokkose. De alveolaire vorm van deze ziekte wordt veroorzaakt door Echinococcus multilocularis, die endemisch is in veel delen van Europa.
Honden en wilde hondachtigen zoals vossen en wasbeerhonden, en in mindere mate katten, zijn de definitieve gastheren van deze wormen, maar kunnen soms ook de cystische vorm van de ziekte ontwikkelen (en dus functioneren als tussengastheren). In de normale levenscyclus zijn knaagdieren de tussengastheren voor de larven van deze parasiet.
Een infectie bij de definitieve gastheer kan asymptomatisch verlopen. Er zijn dan geen zichtbare symptomen. In zeldzame gevallen, wanneer zeer grote aantallen wormen aanwezig zijn, kan er een darmblokkade optreden en kunnen tekenen van anale irritatie ontstaan.
In de ontlasting van besmette dieren kunnen infectieuze eitjes zitten. Deze eitjes komen terecht in het milieu en kunnen op vegetatie (zoals groente en fruit) terecht komen. Kleine knaagdieren eten dit vervolgens op en kunnen besmet raken, dan zijn ze een tussengastheer. Vossen, wasbeerhonden, honden, en katten kunnen besmet raken door deze besmette knaagdieren te eten, en zijn de eindgastheer van deze parasiet. In hun darmen ontwikkelen de eitjes zich tot volwassen lintwormen.
Definitieve gastheren (d.w.z. honden en andere hondachtigen) raken besmet door het eten van rauw of onvoldoende verhit vlees dat Echinococcus-cysten bevat. Boerderij- of jachthonden die toegang hebben tot geslachte kadavers of hun slachtafval lopen het meeste risico.
Tussengastheren raken besmet via de inname van voedsel dat verontreinigd is met de ontlasting van besmette definitieve gastheren.
Bij mensen die besmet zijn met E. multilocularis kunnen de klinische verschijnselen pas jaren later zichtbaar zijn. Dit weerspiegelt vaak een verminderde functie van het orgaan (of organen) waarin de larvale cysten zijn gevormd; meestal de lever en longen.
Mensen kunnen besmet raken door inname van de lintwormeieren die voorkomen in de ontlasting van besmette honden. De belangrijkste besmettingsroutes zijn direct contact met besmette honden of het consumeren van water of fruit en groenten die verontreinigd zijn met hondenontlasting.
Door veranderende milieu- en sociaaleconomische factoren blijft de verspreiding van E. multilocularis toenemen. Tot op heden is de parasiet gerapporteerd in de meeste landen van Noord-Europa (met uitzondering van Noorwegen en Finland) en West-Europa (met uitzondering van Spanje en Portugal), terwijl opvallend weinig regio’s in Zuid-Europa gevallen melden.
Buiten Europa is E. multilocularis endemisch in vele landen op het noordelijk halfrond, waaronder delen van de VS, Canada, China, en Rusland.
Huisdiereigenaren worden geadviseerd om hun honden en katten (met name dieren die op knaagdieren jagen) regelmatig te ontwormen om het risico op overdracht van huisdieren naar mensen zo klein mogelijk te maken. In sommige gebieden waar de ziekte endemisch is, gebruiken lokale autoriteiten lokazen met ontwormingsmiddelen om het infectieniveau bij wilde dieren en zwerfhonden te verminderen.
Wees bij het verzamelen van wilde vruchten en noten bewust van de mogelijkheid dat deze verontreinigd kunnen zijn met de ontlasting van besmette carnivoren.
Andere bestrijdingsstrategieën zijn het vergroten van het bewustzijn onder boeren, jagers en het algemene publiek, en het voortzetten van surveillance in wildpopulaties.
Geen publicaties gevonden.