Voorgeschiedenis
In februari 2011 in Drenthe probeerde een volwassen vrouwelijke Europese haas (Lepus europaeus), in zeer slechte conditie, niet te ontsnappen toen ze werd benaderd. Het dier is toen ge-euthanaseerd.
Macroscopisch onderzoek

De haas was arm bespierd en cachectisch (uitgeteerd).
De lever en de milt waren vergroot en gezwollen, met veel witte uitpuilende haarden van 1-2 mm Ø, verspreid over de organen (Foto1).
Maag, dunne darm en coecum (blinde darm) waren gevuld met een groene, pasteuze inhoud. In de dunne darm/pancreas zaten roze knobbeltjes van 1 mm Ø, en in coecum punten wit-gele.

Microscopisch onderzoek
In de lever, milt en lies- en buikvlies lymfeknopen waren multifocaal (op meerdere plaatsen)deels samenvloeiende necrotische (uit dood weefsel bestaande) haarden aanwezig met centraal gelegen grote hoeveelheden staafvormige bacteriën (foto 2). Ongeveer een derde van het leverweefsel bestond uit dergelijk afwijkend weefsel (zgn. granulomen).
In de bijnier waren bloedingen, en kleine ophopingen van bacteriën her en der in het parenchym.
De longen waren lokaal emfysemateus (abnormale ophoping van lucht).
Bacteriologisch onderzoek
De bacterie Yersinia pseudotuberculosis werd uit de lever van de haas gekweekt.
Er is vervolgens bepaald voor welke gangbare antibiotica de gekweekte Y. peudotuberculosis gevoelig was, i.e., er werd een antibiogram gemaakt. Het antibiogram gaf aan dat de gekweekte stam gevoelig was voor gentamicine, neomycine en tetracycline; er bestond een middelmate weerstand tegen trimethoprim + sulfamethoxazol en enrofloxacine; en de bacterie bleek resistent tegen penicilline en metronidazol.
Conclusie
De haas had sepsis (bloedvergiftiging), en hevige, uitgebreide, chronisch actieve, hepatitis (lever ontsteking), splenitis (miltontsteking) en lymphadenitis, in verband gebracht met een Y. pseudotuberculosis infectie. Dit verklaart waarom het dier was uitgeteerd.
Meer informatie over Yersinia op de website van DWHC