Sterfte onder onvolwassen hazen door coccidiose



In  oktober 2021 ontving het DWHC meerdere meldingen van hazensterfte. Zes hazen werden opgehaald voor onderzoek naar de doodsoorzaak. Vaak denkt men bij hazensterfte direct aan hazenpest, maar in de meeste gevallen is er sprake van een andere doodsoorzaak (https://www.dwhc.nl/niet-alle-hazen-gaan-dood-door-hazenpest/). Zo ook bij de zes in oktober 2021 onderzochte hazen.

Vier hazen waren jonge of jong volwassen dieren. Alle vier hadden in ernstige mate coccidiose. De twee andere hazen waren volwassen dieren, waarvan de één een longontsteking had en de andere een nierontsteking. De oorzaak van deze ontstekingen is onbekend, maar wel is in het laboratorium vastgesteld dat ze geen hazenpest (tularemie) hadden.

Microscopisch beeld van de darm met een grote massa Eimeria’s. Foto: M. Kik

Coccidiose is een ziekte die bij zowel zoogdieren als vogels voorkomt en die wordt veroorzaakt door ééncellige parasieten behorend tot het geslacht Eimeria. Bij de meeste dieren, zo ook bij de vier onvolwassen hazen, worden de darmen aangetast. Bij een ernstige besmetting krijgen ze een darmontsteking, waardoor ze vermageren en doodgaan.

Bij volwassen hazen komt de Eimeria darmparasiet regelmatig in geringe aantallen voor zonder dat er problemen ontstaan. Zij hebben meestal enige weerstand opgebouwd. Maar bij nat en nog niet al te koud weer, treedt bij voornamelijk onvolwassen hazen sterfte op door coccidiose. Hierbij speelt niet alleen het weer, maar waarschijnlijk ook de populatiegrootte van de hazen een rol. Dit, omdat een deel van de volwassen hazen, zonder zelf ziek te zijn, wel drager van de parasiet is en zogeheten oöcysten (een soort eitjes) uitscheidt (Broekhuizen. 1982). Bij nat, niet te koud weer, kunnen deze uitgescheiden oöcysten langer overleven en aansluitend dus meer dieren besmetten.

Warm, droog weer is goed voor de hazenstand. Foto: Margriet Montizaan

De afgelopen drie (voor)jaren was het In Nederland en Duitsland warm en droog weer. In Duitsland zag  men het effect hiervan op de hazenstand terug in een landelijk gemiddelde populatietoename van 25 procent (Deutscher Jagdverband, 2021). Het ligt in de lijn der verwachtingen dat dit ook voor Nederland opgaat. Een populatietoename en een nat najaar vormen ideale omstandigheden voor de Eimeria parasiet en daarmee voor sterfte van onvolwassen hazen door coccidiose.

Broekhuizen en Poelma (1968) vonden in de 60er jaren bij hun onderzoek naar hazensterfte in de periode juli t/m december 1968 dat 38 van de 60 onvolwassen hazen (63%) ernstige coccidiose hadden. Over dezelfde periode in 1967 hadden 20 van de 41 onvolwassen hazen (48%) de ziekte.

Nat weer eist zijn tol bij de overleving van jonge hazen, niet alleen in het najaar, maar ook in de  zomer. Uit onderzoek door Rödel en Dekker (2012), bleek dat “de hazenpopulatie lager is in jaren met hogere hoeveelheden neerslag tijdens de zomer en/of herfst in het jaar ervoor. “ Chroust (1984) geeft aan dat coccidiose in combinatie met wormen (nematoden) in longen en darmen, één van de belangrijkste regulerende factoren zijn in een hazenpopulatie.

Bronnen:

Deutscher Jagdverband, 2021: Aufwärtstrend beim Feldhasen hält an | Deutscher Jagdverband

Broekhuizen, S., 1982. Hazen in Nederland. Proefschrift, Landbouwuniversiteit Wageningen.

Broekhuizen, S. & F.G. Poelma (1968). De natuurlijke doodsoorzaken bij hazen in 1968. De Nederlandse Jager, 11-4-1968

Chroust K (1984) Dynamics of coccidial infection in free living and cage-reared European hares. Acta Vet Brno 53:175–182

Rödel, H. & J. Dekker (2012). Invloed van het weer op de populatiedynamiek. Weer konijn en haas. Zoogdier 23 –4.