Edelhert met huidafwijking



In oktober 2016 werd bij het DWHC het kadaver van een mannelijk edelhert (hert) gebracht met zeer ernstige huidafwijkingen over bijna zijn gehele rug. Onderzoek wees uit dat het hert een ernstige, chronisch actieve, huidontsteking had. Deze huidontsteking is mogelijk het gevolg van schuren door de grote aantallen hertenluisvliegen op het dier.

‘De Vlek’

Boswachters en faunabeheerders volgen de herten in hun gebied door de jaren heen en houden vaak een fotoarchief van ‘hun’ dieren bij. Door deze informatie uit voorgaande jaren, is ook het een en ander bekend over de ‘geschiedenis’ van de huid van dit dier. Han ten Seldam, boswachter op het Planken Wambuis, vertelde dat het onderzochte hert de bijnaam ‘de Vlek’ had. Deze bijnaam kreeg het dier september 2010 omdat er toen op zijn flank een bloederige plek met een diameter van ca 25 cm zichtbaar was. Eerder die maand was daar een bultje te zien. Het hert had daar duidelijk last van had, want hij ging herhaaldelijk met zijn snuit naar die plek, aldus Ten Seldam. De plek is sindsdien kaal gebleven en er vormde zich een korst die soms weer even tot bloedens toe open ging, maar de grootte bleef gelijk. Ten Seldam geeft aan dat de plek in mei 2016 nog steeds even groot was als eind 2010 en dat niets er op wees dat de wond zich een paar maanden later over zijn hele rug zou verspreiden. Het dier is oktober 2016 uit zijn lijden verlost en voor onderzoek naar het DWHC gebracht.

De Vlek in 2010; Foto: W. Ouwendijk De Vlek mei 2011; Foto: E.J. Veenendaal

 

De Vlek oktober 2016; Foto: H. ten Seldam

Het onderzoek

De huid van ‘de Vlek’ was over bijna zijn gehele rug aangetast en op sommige plekken bloederig . Op het hert zaten honderden hertenluisvliegen. Behalve de huidafwijking, had het hert nog een abces in de buikholte dat waarschijnlijk is ontstaan als gevolg van een oude wond. Er zijn bij het onderzoek geen schurftmijten gevonden. Wel is in de huid en de milt, de bacterie Bartonella schoenbuchensis aangetroffen.

Het is bekend dat massale aanwezigheid van hertenluisvliegen kan zorgen voor onrust en jeuk, waardoor de dieren zich tot bloedens toe gaan schuren. Als dit echter de reden zou zijn voor de grote kale en bloederige plek, zou men verwachten dat je veel vaker dergelijke afwijkingen zou zien, hetgeen niet het geval is. Het lijkt er dus op dat er nog iets mee moet spelen.

Mogelijk was de weerstand van het hert verminderd door het abces, en leidde dit tezamen met de grote aantallen hertenluisvliegen tot de grote uitbreiding van de huidontsteking. Of de gevonden bacterie hierbij een rol speelt, is onduidelijk. Antistoffen tegen deze bacterie worden zeer regelmatig bij hertachtigen gevonden, en het is bekend dat de Bartonella-bacterie bij de mens huidontstekingen kan veroorzaken. Bij hertachtigen is dat echter nog niet beschreven. In de literatuur wordt voor elanden, die ook zeer regelmatig antistoffen tegen deze bacterie in het bloed hebben, aangegeven dat het onbekend is of Bartonella voor elanden ziekmakend kan zijn. Mogelijk dat de bacterie zich bij het onderzochte hert ‘de Vlek’ sterk kon vermenigvuldigen door zijn verzwakking en zo mede een rol kon spelen bij de enorme vergroting van de huidafwijking. Helaas kan op basis van één onderzocht dier echter geen conclusie worden getrokken over de rol van de bacterie.

De eindconclusie is vooralsnog dat de huidontsteking waarschijnlijk het gevolg is van de grote hoeveelheid hertenluisvliegen en het daardoor uitgelokte ernstige schuren. Het is onduidelijk of andere factoren mede een rol hebben gespeeld.

De hertenluisvliegen liepen overal; Foto: Multimedia, faculteit Diergeneeskunde Hertenluisvlieg; Foto: Multimedia, faculteit Diergeneeskunde

Andere herten

De Vlek is één van de vijf herten die in de herfst van 2016 in het Planken Wambuis en omgeving met een huidafwijking werd aangetroffen. Eén hert leeft nog, de andere drie zijn ook dood. Deze drie dieren waren er niet zo erg aan toe als de Vlek, maar hadden ook kale, onregelmatige en bloederige plekken. Dankzij Laura Schrauwen van de FBE Gelderland, kreeg het DWHC daarna nog de melding door van een hert, ditmaal uit het gebied De Weikampen Hoenderloo, dat ook over de gehele rug huidafwijkingen vertoonde. Helaas was dit dier intussen al te lang dood om nog door DWHC te kunnen worden onderzocht. Van dit hert is bekend dat het enorm veel jeuk moet hebben gehad, omdat het dier bleef schuren bij diverse bomen in de omgeving van twee zogenaamde zoelplekken. Ook werd waargenomen hoe het dier met zijn gewei op zijn rug en hals veegde, aldus faunabeheerder Ponstein.

Het nog levende hert in het Planken Wambuis, hert ‘372’, had een redelijk grote open wond op zijn rug. Van dit hert is bekend dat het in juni en augustus 2016 nog geen huidafwijking vertoonde, maar dat het in september 2016 een open plek op zijn rug had die in oktober groter was geworden. Februari 2017 is dit hert nog gezien, maar omdat het dier half verscholen achter boompjes stond, is onbekend wat de huidige status van de huidafwijking is.
Op de Veluwezoom werd door natuurfilmer Enting in oktober 2016 een hert gefotografeerd met een grote kale plek op de linker achterflank. Enting gaf verder aan dat zijn filmbeelden van herten met vlekken vooral in het Planken Wambuis zijn gemaakt. Zijn eerste filmbeeld van een hert met een vlek is rond 1996-1997 gemaakt en is te zien op zijn eerste edelherten film (rond 6.39).

Hert 372 in juni 2016; foto: H. Ouwendijk Hert 372 in oktober 2016; foto: C.A. Wensink

Oud geval

Via Gerrit Jan Spek, coördinator grofwild van Vereniging Wildbeheer Veluwe, kwam nog informatie binnen over een hert in 2001 met een soortgelijke huidafwijking . Dit dier is destijds onderzocht door rustend dierenarts Hans Stigter. Toen waren haarwormen, Onchocerca flexuosa, er de oorzaak van dat de huid ‘beschadigd’ raakte en dat bacteriën vervolgens voor een chronische ontsteking zorgden. Bij de ‘Vlek’ zijn geen haarwormen gevonden.

Elanden met huidafwijking door hertenluisvliegen

In Scandinavië vormen elanden de voornaamste gastheer van hertenluisvliegen. In sommige gebieden hebben zelfs alle elanden luisvliegen, wat meestal echter niet tot huidproblemen leidt. Maar in uitzonderlijke gevallen wordt een massale aanwezigheid van hertenluisvliegen als de meest waarschijnlijke oorzaak gegeven voor kaalheid bij de dieren. Zo vonden jagers in Noorwegen en Zweden in 2006 en 2007 verscheidene kadavers met uitgebreide kaalheid (alopecia). Van 23 dieren werd materiaal opgestuurd voor onderzoek. De onderzoekers kwamen tot de conclusie dat de kaalheid het gevolg moet zijn geweest van de enorme aantallen hertenluisvliegen. Het maximum aantal luisvliegen dat toen op een dode eland werd aangetroffen, bedroeg maar liefst 16.500. Deze enorme aantallen, gecombineerd met het histologisch beeld (weefselafwijkingen die onder de microscoop te zien waren) en de afwezigheid van ziekteverwekkers waarvan bekend is dat ze kaalheid kunnen veroorzaken, leidde tot hun conclusie. De onderzoekers gaven aan dat het echter een raadsel was waarom deze parasiet, die normaal bij de eland voorkomt, destijds zo massaal aanwezig was en tot het probleem van de kaalheid had geleid.

Hertenluisvliegen

De hertenluisvlieg (Lipoptena cervi) is een luisvlieg die veelvuldig voorkomt bij hertachtigen, en soms bij andere diersoorten, zoals wolf, wisent en landbouwhuisdieren, maar alleen hertachtigen lijken te functioneren als eindgastheer. Volwassen gevleugelde hertenluisvliegen komen in de periode tussen eind juli en november tevoorschijn uit hun poppen. Deze volwassen hertenluisvliegen hebben vleugels, maar ze blijven dichtbij de omgeving waar ze zijn uitgekomen en wachten daar op een geschikte gastheer. Als een hertenluisvlieg zich eenmaal op een gastheer heeft genesteld, verliest hij zijn vleugels. De luisvlieg leeft van bloed en hij maakt hiertoe een klein sneetje in de huid van zijn gastheer.
De volwassen dieren overwinteren op de gastheer en leven vervolgens nog 120 – 180 dagen nadat ze zich op een hertachtige hebben gevestigd.
In een luisvlieg ontwikkelen de eitjes zich tot een pop. De pop wordt op de huid afgezet en valt vervolgens op de grond. Poppen worden vanaf de herfst tot de volgende zomer afgezet, waarbij per keer één pop wordt afgezet. In totaal kan een hertenluisvlieg zo’n 20 – 32 poppen produceren. In een Fins onderzoek werden meer hertenluisvliegen op mannelijke elanden dan op vrouwelijke gevonden, hetgeen door hen verklaard werd met het feit dat mannelijke dieren een grotere home range hebben en meer activiteit vertonen. Daarnaast kunnen ze in de bronstperiode grote afstanden afleggen. De kans dat ze dan voorbij een plek met hertenluisvliegen komen, is groter. In een studie waarin men op basis van een model keek naar de voorkeur van hertenluisvliegen voor geslacht en leeftijd, kwam men tot de conclusie dat de hoogste aantallen te verwachten zijn op mannelijke jaarlingen. Volwassen mannelijke dieren hebben in het model wel meer luisvliegen dan vrouwelijke elanden, maar minder dan mannelijke jaarlingen.

Betekenis hertenluisvlieg voor de mens

Meestal worden mensen niet mensen gebeten door hertenluisvliegen, maar veroorzaken ze wel hinder omdat ze moeilijk te verwijderen zijn door de ‘weerhaakjes’ aan hun poten. Soms worden mensen echter gebeten. In Finland wordt een toenemend aantal (bosarbeiders, bessenplukkers, jagers) gezien die na een beet van een hertenluisvlieg een chronische huidontsteking en werkgerelateerde allergische neus- en oogontsteking oplopen.

Geraadpleegde bronnen:

Bruin, A. de, A. Docters van Leeuwen, S. Jahfari, W. Takken, M. Földvári, L. Dremmel, H. Sprong & G.Földvári (2015). Vertical transmission of Bartonella schoenbuchensis in Lipoptena cervi. Parasites & Vectors 8:176. DOI 10.1186/s13071-015-0764-y.

Dehio, C.,U. Sauder & R. Hiestand (2004). Isolation of Bartonella schoenbuchensis from Lipoptena cervi, a Blood-Sucking Arthropod Causing Deer Ked Dermatitis. J. OF CLINICAL MICROBIOLOGY, Nov. 2004, p. 5320–5323 Vol. 42, No. 11. DOI: 10.1128/JCM.42.11.5320–5323.2004.

Madslien, K., B. Ytrehus, T. Vikøren, J. Malmsten, K. Isaksen, H.O. Hygen & E.J. Solberg (2011). Hair-loss epizootic in moose (Alces alces) associated with massive deer ked (Lipoptena cervi) infestation. J Wildl Dis 47:893–906.

Madslien, K., B. Ytrehus, H. Viljugrein, E.J. Solberg, K.R. Bråten & A Mysterud (2012). Factors affecting deer ked (Lipoptena cervi) prevalence and infestation intensity in moose (Alces alces) in Norway. Parasites & Vectors 2012, 5:251. http://www.parasitesandvectors.com/content/5/1/251.

Paakkonen, T. (2012). Ecophysiology of the deer ked (Lipoptena cervi) and its hosts. Academic dissertations, University of Eastern Finland.

Samuel, W.M., K. Madslien & J. Gonynor-McGuire (2012). Review of deer ked (Lipoptena cervi) on moose in Scandinavia with implications for North America. Alces vol 48:27-33.

Stigter, H (2006). Haarworm of zonnebrand? Merkwaardig hert met kale plekken. Het Edelhert 41(1): 23-24